Hekserij in de collectie van de Athenaeumbibliotheek
Richting het einde van het jaar worden de dagen korter en kouder en zie je tijdens Halloween mogelijk wel vampiers, skeletten of heksen over straat lopen. Bij de Athenaeumbibliotheek is hekserij echter van ieder moment. In de collectie bevindt zich namelijk een exemplaar van een van de belangrijkste en meest beruchte boeken over hekserij: de Malleus Maleficarum. Dit exemplaar bevat bovendien bijzondere gebruikerssporen van vroegere lezers.
Door Carlijn Tetteroo, metadataspecialist Athenaeumbibliotheek
De Malleus Maleficarum
De Malleus Maleficarum, ook wel ‘Heksenhamer’, bestaat uit drie delen en werd in 1486 voor het eerst uitgebracht. Het werk, geschreven door twee Duitse dominicanen, presenteert hekserij als een vorm van satanisme en beweert dat vrouwen meer aan hekserij doen dan mannen omdat zij gevoeliger zouden zijn voor duivelse verleidingen. De Malleus Maleficarum kon zich met behulp van de recent uitgevonden drukpers-technologie enorm snel verspreiden en heeft daardoor een grote invloed kunnen uitoefenen op de destructieve heksenvervolgingen van de eind vijftiende en later de zestiende en zeventiende eeuw.
Aandachtig bestudeerde passages
In de collectie van de Athenaeumbibliotheek is een exemplaar van een Keulse druk uit 1494 van de Malleus Maleficarum aanwezig. In dit boek zijn door een vroegere (waarschijnlijk zestiende-eeuwse) lezer bijzondere gebruikerssporen achtergelaten, zoals onderstreepte passages, accolades, wijzende handjes, en herhaalde kernwoorden of ‘nota’ (let op!) opmerkingen in de kantlijn, die onthullen welke passages in het boek het aandachtigst gelezen werden.
In het eerste deel, waarin theologisch bewijs wordt geleverd voor het bestaan van hekserij, zijn slechts enkele gebruikerssporen achtergelaten. De lezer lijkt aandacht te hebben besteed aan een passage waar wordt ontkracht dat een heks zich alleen maar zou verbeelden met de duivel samen te werken. Dat is dus niet zo, hekserij is echt! Ook lijkt er interesse te zijn in de vatbaarheid van vrouwen voor hekserij.
Veruit de meeste gebruikerssporen zijn in het tweede deel achtergelaten, waarin de activiteiten van heksen worden benoemd, en hoe je je daar tegen kunt weren. De aandacht wordt getrokken naar een passage die vertelt hoe heksen het door toverij laten doen lijken alsof een mannelijk lid is verdwenen. Ook staan er veel gebruikerssporen bij een verhaal over een man die drie aanvallende katten van zich afvocht, die later drie prominente dames bleken te zijn. De volgende drie hoofdstukken, over hoe men bezeten kan raken of ziektes kan krijgen door hekserij, zijn bijna helemaal gemarkeerd. Ook is een verhaal onderstreept over een jongeman die door een vrouw wordt veranderd in een ezel.
Diverse gebruikerssporen bij het verhaal van de katten, 101 B 16 KL (1)
In oplossingen tegen hekserij lijkt de lezer ook geïnteresseerd. Zo zijn er gebruikerssporen te vinden bij de toelichting hoe je je kunt weren tegen hekserij met het Woord van God. Opvallend is ook de interesse in een passage die oplossingen biedt voor hagelstormen. ‘Tegen hagelstenen’ staat hier in de kantlijn geschreven in het Latijn. Extreem weer, met als gevolg mislukte oogsten, speelde een grote rol in de vroegmoderne periode, die ook wel bekend staat als de Kleine IJstijd. De Kleine IJstijd is meermaals in connectie gebracht met de heksenvervolgingen, omdat werd gedacht dat heksen het weer konden beïnvloeden.
Interesse in oplossingen tegen hagelstormen, 101 B 16 KL (1)
Tot slot staan er maar enkele gebruikerssporen in het derde deel, dat de juridische methode voor het vervolgen van heksen behandelt. Slechts af en toe is een regel onderstreept over de aard van ketterij. Verondersteld kan worden dat de lezer niet actief bij de heksenvervolgingen betrokken was.
Mysterieuze herkomst
Waar deze eerste lezer het werk lijkt te waarderen, was dit niet voor alle latere lezers het geval. Twee vroeg zestiende-eeuwse aantekeningen op de titelpagina zijn later doorgekrast, en er staat in het Latijn bijgeschreven dat het boek in april 1587 door een christelijke boekverkoper is teruggekocht. Ook zijn er in het Latijn waarschuwingen geschreven aan zowel heksen als lezers. Zo staat er boven de titel 'pas op lezer, dit boek bedriegt', en als toevoeging achter de titel 'de heksenhamer': 'die ellendige heksen brandt'. Al deze vroegere eigenaren zijn helaas anoniem en het is niet bekend hoe het boek in de Athenaeumbibliotheek terecht is gekomen.
De Malleus Maleficarum is bovendien samengebonden met een ander werk, dat de statuten van het aartsbisdom Keulen bevat. Ook al is dit werk net als de Malleus Maleficarum in Keulen gedrukt, de tekst bevat een ander soort gebruikerssporen, wat suggereert dat de twee werken eerst apart gebruikt zijn voor ze werden samengebonden. Het is wel bekend dat de twee werken in één band – ook wel een convoluut genoemd – in ieder geval in 1761 al in de Athenaeumbibliotheek aanwezig waren, omdat ze beschreven staan in de eerste handgeschreven catalogus van de collectie van de Athenaeumbibliotheek uit 1761. Ontdek dit bijzondere boek zelf en ontrafel deze mysteries op athenaeumcollecties.nl.
Notities op de titelpagina van Malleus Maleficarum, 101 B 16 KL (1)
Meer lezen?
Christopher S. Mackay, The Hammer of Witches: A Complete Translation of The Malleus Maleficarum. [Cambridge University Press] 2009.