Aandacht voor laaggeletterdheid begint met bewustwording en begrip

In Nederland hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Daardoor hebben ze ook vaak moeite met een computer of een smartphone. Dat heeft veel gevolgen. Een baan vinden, gezond leven en grip hebben op je geldzaken is dan lastiger.

Extra aandacht tijdens de Week van Lezen en Schrijven

We hebben altijd aandacht voor deze diverse groep en organiseren programma’s en cursussen. Om extra schijnwerpers op het onderwerp te zetten haakten we, net als de gemeente en het ziekenhuis, in september aan bij de landelijke Week van Lezen en Schrijven. 

Tijdens de actieweek hebben we de bewustwording en het begrip vergroot rondom laaggeletterdheid bij mensen die Nederlands als eerste taal hebben (NT1). Ze zijn in een Nederlandssprekend gezin opgegroeid en naar een Nederlandse school gegaan, maar hebben ergens een achterstand opgelopen. Bijvoorbeeld door ziekte, geen ondersteuning thuis, gepest worden of volle klassen. Allemaal oorzaken die buiten jezelf liggen.

Met open armen en zonder oordeel kun je bij ons terecht

“Toch is het taboe nog steeds groot. En dat is zo verschrikkelijk jammer”, vindt Patricia Poelmann, coördinator DigiTaalhuis van Bibliotheek Deventer, “want door het taboe blijven mensen stil en vragen ze niet om ondersteuning.”  

Voor het terugdringen van laaggeletterdheid is het belangrijk dat de omgeving weet wat het is en wat de gevolgen zijn. Mensen die niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen hebben vaker schulden of gezondheidsproblemen. Binnen een baan kan het leiden tot onveilige werksituaties. Reken ze er niet op af, maar toon begrip en ga het gesprek aan. “En vertel ze dan over de bibliotheek” vervolgt Patricia vol enthousiasme. “Met open armen en zonder oordeel kun je bij ons terecht met al je vragen. Samen zoeken we uit waar behoefte aan is, om dan samen te bedenken wat bij jou past.”  

Bewustwording is de eerste stap

Bewustwording van laaggeletterdheid is voor ons allemaal de eerste stap om er iets aan te doen. Zo kunnen schrijvers van bijsluiters, opstellers van formulieren of redacteuren van websites hun steentje bijdragen door teksten te schrijven met de doelgroep in gedachten.

In de vestingen Centrum en Keizerslanden organiseerden we testpanels met taalambassadeurs: mensen die zelf laaggeletterd waren en nu advies geven aan allerlei organisaties. We hebben materiaal gebruikt van de gemeente, KonnecteD, het Deventer Ziekenhuis, budgetcoaches en het BAD. Van sommige van deze organisaties waren mensen aanwezig om samen met de taalambassadeurs te kijken naar het taalgebruik in brieven, formulieren en documenten. De conclusie? Het taalgebruik is vaak nog te moeilijk en zinnen zijn te lang. Het was een goede oefening, waardoor de bewustwording van de organisaties over laaggeletterdheid en het belang van eenvoudige taal is toegenomen.