Geschenk uit de Tjeenk Willink-collectie – of toch niet?

Gepubliceerd op: 10 juni 2021 10:17

Op 2 juni 2021 droeg Rijnbrink via de Vereniging van Vrienden van de Stads- of Athenaeumbibliotheek een aantal Overijsselse erfgoedboeken over aan de Athenaeumbibliotheek. Daaronder was een middeleeuws getijdenboek, waarvan de herkomstgeschiedenis niet helemaal bleek te kloppen...

Door Suzan Folkerts, conservator Athenaeumbibliotheek

Op 2 juni 2021 droeg Rijnbrink via de Vereniging van Vrienden van de Stads- of Athenaeumbibliotheek een aantal Overijsselse erfgoedboeken over aan de Athenaeumbibliotheek. Daaronder was een middeleeuws getijdenboek, dat momenteel te zien in Museum De Waag. Het vergde wat speurwerk om erachter te komen wat de herkomstgeschiedenis is van dit handschrift...

Overdracht

Aanleiding voor de overdracht van de erfgoedboeken was de verhuizing van Rijnbrink van Nijverdal naar Deventer: er moest worden gesaneerd. De voormalige Overijsselse Bibliotheek Dienst (OBD), die in Rijnbrink is opgegaan, had in Nijverdal behalve een uitleencollectie ook erfgoedmaterialen voor de Overijssel Collectie verzameld. In 1995 kocht de OBD zelfs een flink aantal bijzondere werken bij antiquariaat Forum uit de collectie van de uitgever W.E.J. Tjeenk Willink. Een deel van deze Overijsselse erfgoedcollectie van Rijnbrink is overgedragen aan Historisch Centrum Overijssel en een deel aan de Athenaeumbibliotheek.

Getijdenboek

Een van de pronkstukken in de overgedragen Overijssel Collectie is een Middelnederlands getijdenboek dat geschreven is in Zwolle in de jaren 1480-1490. Dit getijdenboek bevat de door Geert Grote vertaalde liturgische gebeden en behoort tot de zogenaamde Sarijs-handschriften; een groep handschriften die rond 1480-1490 vervaardigd is in het fraterhuis Domus parva in Zwolle. In dit huis, waar scholieren van de Latijnse school woonden, werd in de liturgische kalender steevast de naam van Sint Marijs verkeerd geschreven als Sarijs. Het handschrift zou volgens de documentatie van de OBD uit de Tjeenk Willink-collectie komen, maar toen ik het onderzocht bleek het niet het getijdenboek te zijn dat als nr. 61 in de fondscatalogus staat die antiquariaat Forum aan de OBD ter beschikking had gesteld om daaruit boeken te selecteren voor aankoop. Het is óók niet een van de twee getijdenboeken (nrs. 1 en 2) in de antiquariaatscatalogus Catalogue 103: The Library of W.E.J. Tjeenk Willink van Forum uit 1995. Wat was er aan de hand?

Verwisseling

Een zoektocht in de databank Bibliotheca Neerlandica Manuscripta wees uit dat het handschrift dat voor mij lag nr. 4 is in Catalogue 99 van Forum uit 1992. Dat kon ik vaststellen op basis van het aantal bladen, het formaat en de verdere beschrijving. Lydia Wierda had het handschrift bij Forum bestudeerd voor haar proefschrift over getijdenboeken en zodoende was er een beschrijving in de BNM terechtgekomen. Vermoedelijk zijn bij de aankoop door de OBD in 1995 gelijksoortige getijdenboeken verwisseld (en misschien eerder al, als voor ‘ons’ handschrift een ander is verkocht) . Alle vier genoemde getijdenboeken uit het fonds van Forum zijn gelokaliseerd in Zwolle en in ieder geval drie van de vier behoorden tot de Sarijs-groep. Het handschrift dat de OBD dacht te hebben gekocht (nr. 61 in de fondscatalogus uit januari 1995) was blijkens de BNM enige jaren eerder, in 1992, bij Sotheby’s in Londen verkocht, vermoedelijk aan Forum, misschien ook aan Tjeenk Willink, via wie het dan alsnog bij Forum terechtkwam. Mogelijk is ook dat handschrift dus helemaal niet uit de Tjeenk WIllink-collectie afkomstig. Waar dat getijdenboek en de andere twee exemplaren uit de Forum-catalogus van 1995 uiteindelijk zijn beland, is onbekend; vermoedelijk in particuliere collecties.

Deventer, Athenaeumbibliotheek, 2000 D 41 KL, Begin van de Mariagetijden

Uiterlijk

Tot zover het ingewikkelde verhaal van de recente herkomstgeschiedenis. Hoe ziet het handschrift er uit? Het is een perkamenten handschrift van 162 bladen met één geschilderde miniatuur bij aanvang van de gebeden en 34 prachtige gedecoreerde initialen (beginletters) met bladgoud. De miniatuur verbeeldt de Maagd Maria met Kind. Hij is geschilderd door een van de meesters van de Zwolse Bijbel, in de woorden van Lydia Wierda een tamelijk slechte. Die schilders waren actief in het Gregoriushuis, het fraterhuis van broeders van het gemene leven in Zwolle dat ook het Domus parva bestuurde waarin schooljongens woonden. Het is goed denkbaar dat het handschrift geschreven en gedecoreerd is in het Domus parva, en dat de miniatuur vervolgens door een broeder van het Gregoriushuis werd geschilderd. Behalve standaardgebeden zoals de getijden van Onze Lieve Vrouwe, het Heilig Kruis en de Heilige Geest bevat het boekje ook korte gebeden voor allerlei personen: vader, moeder, broers, zusters, mannen, vrouwen, weldoeners, priesters en alle gelovige zielen. Het boek is inmiddels gecatalogiseerd en draagt signatuur 2000 D 41 KL.

Het getijdenboek is tot en met augustus 2021 te bewonderen in Museum De Waag in Deventer, evenals andere topstukken uit de collectie van Athenaeumbibliotheek, zoals het zusterboek van het Meester Geertshuis en het exemplaar van het eerste gedrukte boek uit Deventer dat de Athenaeumbibliotheek in 2020 verwierf.

Verder lezen

Lydia Wierda, De Sarijs-handschriften: laat-middeleeuwse handschriften uit de IJsselstreek (Zwolle: Waanders, 1995)