Gerdy Pusceddu-Smoes
Al vijftien jaar is Gerdy Pusceddu-Smoes (59) dga van Rensink Totaalonderhoud. Als directeur investeert zij in haar medewerkers door hen - waar nodig - te helpen hun basisvaardigheden te verbeteren. Het is een proces dat is ingebed in de ontwikkeling van het bedrijf en de groei van de medewerkers. Zij is ervan overtuigd dat door een individuele aanpak vaardigheden als lezen, schrijven en werken met de computer, zijn aan te leren.
Geboren in Vriezenveen, verhuisde Gerdy op vijfjarige leeftijd met haar ouders naar de Bergstraat in Deventer, waar haar zusje werd geboren. Haar vader, Jans Smoes (nu 86), was schilder van beroep. Het gezin woonde boven de vestiging van Mulder Schilders, waar Jans toen werkzaam was.
Begin 1978 nam Jans het in 1932 opgerichte schildersbedrijf Rensink over. Het bedrijf groeide begin jaren 80 uit van twee medewerkers naar honderd medewerkers. Hij besloot in die tijd over te gaan naar totaalonderhoud. “Veel vastgoed was in die tijd toe aan groot onderhoud. We hadden een eigen timmerfabriek en namen het grootste deel van de renovatie in eigen handen. Alles van de schil van de woning, zoals kozijnen, deuren, schilderwerk, houtrenovatie en glasvervanging werd gecombineerd in een soepel lopend proces. Het was zoals een treintje dat we lieten lopen”, aldus Gerdy.
Zware taak
Gerdy is opgegroeid met het bedrijf. “Ik kwam vaak in de werkplaats. Ik hielp met opruimen, perste lege verfblikken plat en sorteerde behangboeken. Het ondernemerschap is haar ook met de paplepel ingegoten. “Van Jans heb ik verantwoordelijkheid geleerd. Hij zorgde goed voor zijn personeel. Ze kwamen bij ons over de vloer en aten mee. Het gebeurde regelmatig, dat we op weg naar onze vakantiebestemming stopten bij een telefooncel, omdat mijn vader nog even wilden bellen met een medewerker om er zeker van te zijn dat alles goed ging. Ondernemer word je niet, dat ben je, dat zit in je DNA.”
Nadat Gerdy een vierjarige schildersopleiding richting reclame & marketing had afgerond, wilde haar vader niet dat ze het vak in ging. Ze ging lesgeven aan de MEAO en was werkzaam binnen de marketing en communicatie van verschillende bedrijven. Ze werkte ook bij het Deventer Dagblad tussen de drukpersen en ontdekte haar affiniteit met techniek, vakmanschap en machines. Ze deed haar eigen marketingprojecten bij een glasvezelbedrijf en besloot op 35-jarige leeftijd zzp’er te worden. “Ik wilde graag mijn eigen ideeën uitvoeren en stelde een portefeuille samen.”
Toen Gerdy vijftien jaar geleden directeur werd, was zij al jaren zijdelings actief binnen het bedrijf. Jans werkte ook al minder. “Het personeel stond er achter dat ik het bedrijf zou overnemen, maar ik wilde zelf wel een jaar ‘op proef’. Dit om te weten of ik bij Rensink zou passen en of Rensink bij mij paste. Ik was een vrouw én ik had een andere aanpak dan mijn vader, minder directief leidinggeven, meer in overleg, samen.” Jans is nog steeds betrokken bij de zaak en een fijne sparringpartner voor Gerdy. “Hij weet precies wat een ondernemer meemaakt. Het is namelijk wel een zware taak, vaak eenzaam en moeilijk. Ik heb de eindverantwoordelijkheid."
Is it a man’s world?
“Ik postte in die begintijd veel op LinkedIn en bouwde een naam en een netwerk op. Ik startte een campagne ‘Is it a man’s world?' en postte anekdotes en verhalen uit de praktijk over wat ik meemaakte bij de projecten, wel altijd met een serieuze ondertoon. Ik liet zien dat ik met laarzen op de bouwplaats stond, niet met pumps. Een vrouw met een eigen onderhoudsbedrijf zag je toen nog weinig. Ik wilde dat gebruiken om mijzelf te positioneren.” De campagne werkte. Ze werd uitgenodigd voor presentaties in het hele land en kreeg naamsbekendheid. “Je moet het wel bewijzen en verdienen. Ook al durf je het als vrouw aan, de rode loper gaat niet uit.”
"Samen zijn we Rensink"
Gerdy heeft momenteel vijftig vaste medewerkers in dienst en een flexibele schil van veertig mensen. De oudere medewerkers komen van een
ambachtsschool of hebben het zichzelf aangeleerd in de praktijk. Jonge medewerkers hebben niveau 1 of 2 van de schilderschool gehaald en willen werken en geld verdienen. “Het zijn allemaal vakmensen, mensen met gouden handen en trots op hun werk. Sommige dingen kan je alleen met handen maken, niet alles kan gerobotiseerd worden.” Ze heeft geen behoefte aan kwantitatieve groei. Het bedrijf heeft de juiste omvang om iedereen persoonlijk te kennen. “Ik ken iedereen bij naam en wat er in hun leven omgaat. Ik beschouw hun als mijn collega’s. We zijn een hechte club en doen het samen. Ons motto is ‘Samen zijn we Rensink’. Er is een grote mate van respect, collegialiteit, openheid en vertrouwen.” De veilige omgeving die Gerdy schept in haar bedrijf, nodigt mensen uit om te praten over waar ze tegen aanlopen en moeite mee hebben, zoals bijvoorbeeld lezen, schrijven en digitale vaardigheden. “Voor mij is er geen verschil tussen niet kunnen autorijden of moeite hebben met lezen en schrijven. We kunnen allemaal wel iets niet en mogen het gewoon benoemen. Ik kan bijvoorbeeld geen kozijn afhangen. Wij gaan in ons bedrijf uit van een leven lang ontwikkelen; dat deden we altijd al. We kijken naar hoe we ergens kunnen komen, iedereen op zijn of haar eigen manier en tempo, en het lukt altijd. Sommigen gaan zelfs verder dan alleen dat wat nodig is”, aldus Gerdy.
Begrijpelijke taal
De ontwikkelingen in de automatisering gaan ook bij Rensink door. “Om mensen mee te krijgen in een verandering, moet je uitleggen waarom het nodig is. Automatisering is en blijft belangrijk om goed inzicht te krijgen in de cijfers en ook op de werkvloer was het nodig, zoals het invoeren van uren, roosters en vrije dagen. Je moet er duidelijk over zijn. We gaan het doen en iedereen gaat er in mee. Je zegt: we doen het, en vraagt: wat heb je nodig? We werken vanuit het principe ‘voordoen, meedoen en zelf doen’. Niet iedereen hoeft het perfect te doen”. Er wordt volgens Gerdy te veel bevestigd wat mensen
niet kunnen. Het woord laaggeletterd wordt bij haar in het bedrijf dan ook niet gebruikt en is er geen sprake van cursussen of lesmateriaal. Het aanleren van
goede basisvaardigheden is onderdeel van het werk. “Het is praktijk- en productiegericht, zoals het leren invullen van productiestaten. We maken het visueel
aantrekkelijk en houden teksten eenvoudig. Rensink werkt samen met het automatiseringsbedrijf Indito uit Deventer. “Zij begrijpen heel goed wat we nodig hebben en denken mee. Ze hebben voor ons een eenvoudige, begrijpelijke opmaak en structuur gemaakt in goed leesbare taal, geen lappen tekst”, legt Gerdy uit.
"We werken vanuit het principe voordoen, meedoen, zelf doen."
Rensink gebruikt toolboxen gebaseerd op de VCA (Veiligheid, Gezondheid, Milieu Checklist Aannemers). Het gaat over werken met chemische
stoffen, op een steiger of bij warm weer. Deze toolboxen staan op een A4-tje en bevatten informatie en vragen in begrijpelijke taal. Hierin wordt ook veel gebruik gemaakt van cartoons en visuele verduidelijking van het onderwerp.
Gerdy wil andere werkgevers aansporen om meer aandacht te besteden aan het gebrek van de basisvaardigheden bij hun werknemers. “Het euvel bij sommige werkgevers is dat ze denken dat het er in hun bedrijf niet is. Ze weten het vaak ook niet, omdat hun bedrijf te groot is en ze hun medewerkers niet goed genoeg kennen. Bovendien weten mensen het heel goed te verbloemen en te omzeilen. Ze weet dat laaggeletterdheid in meerdere branches zeker voorkomt. “De crux is dat je weet wie jouw collega’s zijn en hoe je dit het beste kunt aanpakken. En dat alles toegespitst op de persoon die het betreft.”