Direct naar de inhoud

Wil Heeren-Stenvert: Herinneringen aan de oorlog

Dit is het verhaal van Wil Heeren-Stenvert. Zij groeide tijdens de oorlogsjaren op in Deventer en zou in het kader van 75 jaar vrijheid haar verhaal komen delen in de bibliotheek. Omdat dit vanwege de coronamaatregelen niet mogelijk is, heeft ze het op papier gezet.

 

En weer werd het 10 april, maar nu 75 jaar later.

Bijna meer dan een mensenleven lang.

April 1945, Deventer bevrijd, het staat in m’n geheugen gegrift. Ik denk terug aan die tijd. Toen ik 6 jaar oud was brak de oorlog uit, 10 mei 1940, mijn moeders verjaardag. Ik weet nog precies het moment dat mijn ouders riepen "het is oorlog". Ik woonde in de Lathmerstraat, als jongste van het gezin met een broertje van 8 en een zusje van 12 jaar. Buiten op straat verzamelden zich buurtgenoten, er werd gewezen naar de lucht waar hoog vliegtuigen overkwamen. Het leek me allemaal spannend, maar als je pas 6 jaar bent dan snap je er nog niet zoveel van. We begrepen alleen dat de Duitsers onze vijanden waren en dat we ons aan hun maatregelen moesten houden.

De eerste oorlogsjaren gingen voor ons kinderen toch nog redelijk voorbij. We gingen naar school en speelden buiten. Maar bij luchtalarm moesten we in school tegen de kapstokken aan gaan zitten, dat zou veilig zijn. De dreigingen werden serieuzer. Mannen in de buurt werden opgepakt en weggevoerd om voor de Duitsers te gaan werken. ’s Nachts vlogen de bommenwerpers richting Duitsland over in een eentonig gebrom. We sliepen met de hele familie in de voorkamer beneden om bij gevaar dichter bij de schuilplek, de kelderkast, te zijn. Er werd gebombardeerd op Duitse doelen, omgekeerd vochten de Duitsers terug met hun V1 en V2’s. Verdwaalde projectielen vernielden ook bij ons in de buurt huizen en maakten slachtoffers. We werden bang, heel bang, vooral mijn broertje. Toen de sirenes weer eens gingen riep hij in angst "Ik ben zo bang dat er wat op mijn hoofd valt!", waarop mij mijn moeder antwoordde (ook in de zenuwen natuurlijk) "Kind, zet dan je petje op!".

Mijn ouders vonden dat we uit huis moesten en we liepen 12 km naar Olst en logeerden bij mijn tante in het grote café. Dat was geen succes want jagers beschoten regelmatig de nabijgelegen spoorweg. Dus maar weer terug naar huis. Op een avond gingen we weer vluchten. Nu met namen we een evacuatiekarretje vol kleding en eten mee naar vrienden die verderop woonden. Alsof dat zou helpen… Toch probeerden we ons te vermaken.We renden bijvoorbeeld door loopgraven die door de Duitsers gegraven waren in de tuin van de Vrouwenarbeidsschool aan de Diepenveenseweg. Om dan als weer eens die sirenes gingen snel naar de kelders in huis te vluchten. We zongen stiekem anti-Duitse liedjes, dat vonden we wel spannend. De toestand werd echter steeds slechter, ramen moesten verduisterd worden. Ruiten in huizen sneuvelden door de luchtdruk van de bommen die vielen. Voedsel werd schaars. Ik at roggepap gekookt in taptemelk, iets wat ik verafschuwde. En dan die bevroren zoete aardappelen - op de dag van heden zal ik geen zoete aardappel eten!

We gingen niet meer naar school die laatste maanden voor de bevrijding, maar hadden geimproviseerd les bij meester Toet aan huis met een klein groepje kinderen. Er werd hout gesprokkeld in het bos in Diepenveen voor noodkacheltjes waarop gekookt werd. Maar ondanks de verduistering kwamen de jongeren in de leeftijd van mijn zuster samen om te praten en muziek te maken op onder andere de gitaar. Dat gebeurde dan bij iemand thuis, maar na 8 uur  's avonds moest iedereen naar huis en van de straat verwijderd zijn. Duitsers waren ingekwartierd in de Oudegoedstraat en 's morgens vroeg werden die gewekt door een soldaat die luidkeels riep: "Aufstehen!". Dat vonden wij een echte giller en riepen het op straat na. En als zo'n Duitser dat dan weer hoorde riep hij dreigend: "Halt's Maul!". Ik roep het nog wel eens in gedachten naar iemand.

Tegen april 1945 naderden de Canadese troepen vanuit de richting Schalkhaar onze stad. Gelukkig had groenteboer Hoetink in de Oudegoedstraat twee grote kelders onder z’n huis. De hele buurt werd in deze kelders ondergebracht. We sliepen op veldbedden en er werd centraal gekookt. Buiten werd nog hevig gevochten, waarbij helaas slachtoffers vielen. Angst was voelbaar daar in die kelder. Er heerste een spanning en we vroegen ons af hoe dat allemaal zou aflopen. Maar uiteindelijk werd het 10 april 1945, Deventer was vrij! Heel duidelijk zie ik nog voor me die tank met de bevrijders, de Canadezen. Ze deelden chocolade en kauwgum uit. Toen wisten we dat we echt vrij waren!

In de 5 jaren van oorlog heb ik als jong kind, en velen met mij, weinig echt kunnen genieten van dingen die kinderen in die periode zouden moeten meemaken. Ik wist nauwelijks iets van de gruwelen die deze oorlog met zich meegebracht had en welk een impact dit heeft gehad op zo heel, heel velen. Daar ben ik pas later achter gekomen. Wel weet ik dat ik die oorlogsjaren nooit vergeten ben en ook nooit zal vergeten.

Het ongeloof, de verwondering, de afschuw, het gevoel van onmacht: ik vraag me af…….

Toch werden we in Deventer en Nederland en daarbuiten bevrijd, het werd Vrede. En steeds blijven we hopen en streven naar die betere wereld.

Wil Heeren-Stenvert (Deventer - 1934)

Heb je nog materialen thuisliggen die binnenkort ingeleverd moeten worden? Tot en met 14 juli nemen we ivm de coronamaatregelen alle materialen boetevrij in. Heb je geen materialen geleend? Dan hoef je natuurlijk niks te doen.