Direct naar de inhoud

Blog Alice: Leven in vrijheid

75 jaar geleden, op 10 april 1945, werd Deventer bevrijd. Omdat het fysiek op dit moment niet mogelijk is om dat met elkaar te vieren heeft de Bibliotheek een digitale ‘special’ gemaakt. Vrijheid is belangrijk om samen te vieren en om herinneringen aan de oorlog te delen. Om het door te geven aan nieuwe generaties. Zeker nu onze vrijheid door het Coronavirus beperkingen heeft gekregen, realiseer je je weer wat het betekent om naar buiten te gaan, boodschappen te doen, samen te komen.

De afgelopen weken heb ik toevallig twee boeken gelezen die het thema vrijheid tot onderwerp hebben. Ik realiseerde me pas door het schrijven aan dit blog het verband tussen de twee boeken. Het eerste boek dat ik las is van de Pools/Vlaamse filosofe Alicja Gescinska, ’De verovering van de vrijheid’. Zij laat in haar boek zien dat vrijheid niet hetzelfde is als vrij zijn. Aan de hand van een boeiend betoog dat voortdurend verwijst naar het gedachtegoed van klassieke en hedendaagse schrijvers en denkers, laat ze zien dat vrijheid niet vrijblijvend is. Dat er verschil is tussen negatieve en positieve vrijheid.

Kort gezegd bestaat negatieve vrijheid uit de afwezigheid van externe inmenging en beperkingen. Hoe minder van die inmenging en beperkingen, hoe vrijer de mens is. Positieve vrijheid gaat om de actieve zelfverwerkelijking van de mens. De mens probeert z’n eigen leven in handen te nemen en wordt steeds vrijer naarmate hij beter in staat is zichzelf te ontplooien en daarin zijn geluk te vinden. De schrijfster is een voorstander van de positieve vrijheid en weet dat goed te beargumenteren. Vrij zijn vergt een strijd om echt vrij te zijn, een concreet vermogen om datgene na te streven wat goed is. Vrijheid draait om wat een mens kan, het vermogen om zin te geven aan de dagen en ons leven en ze verwijst daarbij ook naar de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum (die in haar pamflet “Niet voor de winst” een pleidooi houdt voor de herwaardering van de geesteswetenschappen in het onderwijs). Gescinska benadrukt ook dat we niet te gemakkelijk moeten denken dat iedereen eenzelfde vrijheid heeft. Diverse sociale groepen zijn in werkelijkheid beperkt in hun keuzevrijheid, bijvoorbeeld omdat ze de taal niet machtig zijn of niet de middelen hebben om zich bepaalde zaken te verwerven. Geen makkelijk boek om te lezen, maar wel een boek dat mij aan het denken zette over de verantwoordelijkheid die je als mens hebt om actief vorm te geven aan vrijheid.

Het tweede boek dat ik las is ‘De keuze; leven in vrijheid’, van Edith Eva Eger. Edith Eger, 16 jaar oud toen ze in Auschwitz kwam, overleefde het kamp ternauwernood, samen met haar zus. Ze worstelde jarenlang met een schuldgevoel, waarom ik wel? Stukje bij beetje wist ze dat te overwinnen en begon op later leeftijd met een studie psychologie. Als psychologe heeft ze talrijke mensen geholpen om de echte vrijheid te vinden, door te ontsnappen aan de gevangenis van de eigen gedachten. Een  aangrijpend boek, zeker het deel over de oorlog en de periode vlak erna. Maar ook en vooral een universele boodschap van hoop en mogelijkheden voor iedereen die probeert zichzelf te bevrijden van pijn en lijden. De positieve vrijheid waar Gescinska zo een vurig pleidooi voor houdt brengt Edith Eger bewonderenswaardig in praktijk.

Ik hoop dat we later in dit jaar de viering van 75 jaar vrijheid ook daadwerkelijk met elkaar kunnen laten plaatsvinden. Voor nu wens ik iedereen hele fijne paasdagen toe en houd voldoende afstand.

Alice van Diepen