Blog: meer groen dan kleur

Het is hoogzomer. Om me heen zie ik tuinen vol kleurrijke bloemen. Paarse, rode, gele, lila, er valt genoeg kleur te ontdekken. In mijn eigen tuin staan de geraniums in bloei, de lavendel, oranjekleurige lelies, rode rozen en felroze dahlia’s. Als ik het zo opschrijf lijkt het heel wat, maar ik zal eerlijk bekennen dat ik geen tuinier ben. Ik vind het heerlijk om ‘s avonds na een werkdag wat onkruid te wieden in de tuin, dat wel. Maar mijn scheppend tuinvermogen is beperkt. In het voorjaar plant ik vol goede moed zaadjes of nieuwe plantjes en ergens halverwege het seizoen vraag ik me af waar al dat nieuwe groen gebleven is. Eerlijk gezegd is er wel veel groen, maar heel weinig kleur. Zo staat er bijvoorbeeld een notenboom in de tuin, maar na drie jaar moet ik helaas constateren dat die veel te groot wordt. Daar was ik ook voor gewaarschuwd, hoor. Maar eigenwijs als ik ben, vanwege een soort romantisch gevoel bij het rapen van walnoten in eigen tuin, heb ik ‘m toch geplant.

Twee weken geleden sprak ik een buurvrouw verderop in de straat. Ze had een schitterende voortuin met allerlei soorten bloemen erin. Hoe ze dat voor elkaar gekregen had, vroeg ik haar. Ze bleek een tuinontwerper in de arm te hebben genomen en een hovenier. Sleutel tot het succes was een verandering van aarde. We zitten hier op zandgrond en dat is geen voedselrijke grond. De hovenier had de aarde helemaal vernieuwd met een mengsel waar ook wormen inzitten.

Teruglopend naar huis begon het in mijn hoofd te malen. Waar ik nog had gedacht het eenvoudig te kunnen doen met af en toe een nieuw plantje erbij, blijkt de tuin echt meer nodig te hebben. Waar te beginnen? Een boek uit de bibliotheek of een gesprek met een tuindeskundige? Gelukkig wist een vriendin mij te vertellen dat de zomer geen goede tijd is voor veranderingen in de tuin, dus heb ik nog even bedenktijd.

Alice van Diepen, directeur Bibliotheek Deventer