Blog: Biddende zusters: het Passieboek als bron voor meditatie en gebed

Door Susanne de Jong, medewerker Publiek en Collectie

In de lente van 2014 stapte ik voor het eerst de Athenaeumbibliotheek binnen. Ik zat in het laatste jaar van mijn bachelorstudie Nederlandse Taal en Cultuur en zou mijn afstudeerscriptie schrijven over een middeleeuws handschrift dat in de Athenaeumbibliotheek werd bewaard. Dus stapte ik op een vroege ochtend in april in Groningen op de trein en stond ik een kleine twee uur later voor de deur van het monumentale pand aan Klooster 12. Gewapend met mijn collegeblok en potlood liep ik naar de studiezaal, waar een van de medewerkers het boek al voor me had klaargelegd. Toen ik het voorzichtig opensloeg, had ik niet kunnen bedenken dat ik het een paar jaar later opnieuw in handen zou hebben en er opnieuw over zou schrijven – maar nu als medewerker van de oudste stadsbibliotheek van Nederland.

Moderne Devotie

In de middeleeuwen speelden thema’s als de passie van Christus en de zeven zonden en deugden een belangrijke rol in de literatuur en het leven van kloosterlingen en burgers in de stad. In veel boeken uit die periode staan deze thema’s centraal, zoals in het handschrift dat ik in 2014 bestudeerde. Het zogenaamde ‘passieboek’, dat rond 1450 geschreven is, werd gelezen binnen de kringen van de Moderne Devotie. De Moderne Devotie is een religieuze hervormingsbeweging die in de tweede helft van de veertiende eeuw ontstond onder leiding van Geert Groote. In de vijftiende eeuw kwam deze beweging in Deventer en omstreken tot grote bloei. Verspreid door de stad werden huizen beschikbaar gesteld, waar zusters of broeders gemeenschappelijk leefden en een vroom, sober leven gewijd aan God nastreefden. In het dagelijks leven combineerden de moderne devoten gebed en meditatie met andere bezigheden. Waar zusters zich voornamelijk bezighielden met handenarbeid, zoals spinnen en weven, bestonden de werkzaamheden van de broeders vooral uit het schrijven en kopiëren van boeken, zowel in het Latijn als in de volkstaal, het Middelnederlands.

Boeken namen een belangrijke plaats in in het leven van de moderne devoten. In veel van hun boeken staat het leven, lijden en sterven van Christus centraal. Met behulp van deze ‘passieliteratuur’ overdachten de zusters en broeders Christus’ leven, lijden en sterven en maakten zich dit eigen door middel van meditatie en gebed. Via deze weg probeerden zij zo dicht mogelijk bij God te komen en wijdden zij zich aan een leven in navolging van Christus, waarbij ook het ontwikkelen van deugden een belangrijke plek innam.

Blog 2 10 W 3 KL

Deventer, Athenaeumbibliotheek, 10 W 3 KL, Passieboek (ca. 1450)

Uit een aantekening voor in het boek blijkt dat het Passieboek in bezit was van het Sint Ursulahuis, een zusterhuis van de Moderne Devotie dat aan de Bagijnenstraat in Deventer stond:

Dyt boeck hoert toe Deuenter int iunferen cloester tho brandeshuus. off sancte vrselen huus ghenoemet.

Deze aantekening wordt gevolgd door een tweede:

Dyt boeck sal hebben suster styne hofmeyers in oer bewaringhe.

Styne Hofmeyers was een van de zusters van het Sint Ursulahuis, dat omstreeks 1470 was ontstaan nadat het Brandeshuis en het naastgelegen Kerstekenshuis werden samengevoegd. Het Sint Ursulahuis - of Brandeshuis, zoals het nog altijd werd genoemd - functioneerde nog als zusterhuis tot het in 1604 gesloten werd.

Blog 2 10 W 3 KL 2

Bezittersaantekening in Passieboek

Passieboek

Het Passieboek is een zogenaamd verzamelhandschrift, waarin drie teksten zijn opgenomen. De eerste tekst beslaat het grootste gedeelte van het handschrift en vertelt over het leven en de passie van Christus. Met behulp van Bijbelteksten en de geschriften van kerkvaders voorziet de auteur Christus’ leven, lijden en sterven van uitleg en commentaar. De tweede tekst beschrijft de opstanding en verschijningen van Christus aan de hand van de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas. De derde en tevens laatste tekst van het handschrift, Vanden seven ghetijden, is een meditatieoefening. Deze tekst biedt een praktisch schema om op verschillende momenten van de dag stil te staan bij diverse onderwerpen. De nadruk ligt op de zeven hoofdzonden en deugden, die worden toegelicht aan de hand van het leven, lijden en sterven van Christus.

Blog 2 10 W 3 KL 3

Begin van de tekst over de passie van Christus

Meditatieoefening

De meditatieoefening is verdeeld over de dag, ook wel de ‘getijden’ genoemd: de metten en lauden (deze zijn hier samengevoegd), priem, terts, sext, noon, vesper en completen. Aan ieder getijde is een van de zeven hoofdzonden gekoppeld, namelijk hoogmoed, gierigheid, onkuisheid, toorn, jaloezie, traagheid en gulzigheid. Tegenover iedere hoofdzonde staan een deugd en een gave van de Heilige Geest, die deze hoofdzonden kunnen weerstaan. Vervolgens is aan ieder getijde een gedeelte van het passieverhaal van Christus gekoppeld. Daarvoor kon de lezer terugbladeren naar de eerste tekst en zo de uitgebreidere passage opzoeken. Daarnaast is elk getijde verbonden aan een dag van de week – de metten en lauden aan maandag, de priem aan dinsdag, enzovoort – , die in verband wordt gebracht met de bijbehorende dag uit het scheppingsverhaal. Ieder getijde wordt afgesloten met een aanmoediging om op de specifieke momenten de onderwerpen te overdenken. In onderstaande figuur is te zien welke hoofdzonde, deugd, gave en dag aan ieder tijdstip en getijde gekoppeld is.

Blog 2 10 W 3 KL 4

Meditatieschema

Het schema kon op verschillende manieren gebruikt worden. De passieoefening is zo gestructureerd, dat de lezer kon kiezen: de onderwerpen konden op de specifieke uren van de dag overdacht worden, maar de lezer kon ze ook verdelen over de dagen van de week. Op deze manier kon Styne of een van de andere zusters het schema naar eigen inzicht gebruiken om invulling te geven aan het dagelijkse leven, met als doel een deugdzaam leven in navolging van Christus na te streven.

Bron van inspiratie

Na de sluiting van de vele broeder- en zusterhuizen in de 16e en 17e eeuw zijn veel van de boeken uit hun bibliotheken in de Athenaeumbibliotheek – destijds de stadsbibliotheek – terechtgekomen. Waarschijnlijk is het Passieboek ook via die weg in bezit gekomen van de Athenaeumbibliotheek, waar ik het eeuwen later onder ogen kreeg. Eerst als student, nu als medewerker. Elke keer als ik het boek in handen heb, tovert het een glimlach op mijn gezicht. Het boek was niet alleen het eerste handschrift waar ik zelfstandig onderzoek naar deed, maar het betekende ook mijn eerste kennismaking met Deventer en met de Athenaeumbibliotheek, de plek waar ik mij nu in mag zetten om het erfgoed levend te houden en er andere mensen mee te inspireren.

Meer lezen?