Direct naar de inhoud

Blog: De collectie als bron voor stedelijke boekcultuur

Door Suzan Folkerts, conservator Athenaeumbibliotheek

Als onderzoeker bezocht ik bibliotheken in heel Europa om middeleeuwse handschriften met heiligenlevens en Bijbelvertalingen te bestuderen. Nu ben ik geland op één plek, de Athenaeumbibliotheek in Deventer, waar ik als conservator de collectie van de oudste stadsbibliotheek van Nederland beheer. Hierdoor kan ik bestuderen wat een handschriftencollectie uit een middeleeuwse stad als geheel te vertellen heeft over de (boek)cultuur in die stad. Mijn blik is ook breder geworden: welke handschriften nu door mijn handen gaan wordt niet langer alleen bepaald door mijn eigen onderzoeksprojecten, maar ook door aanvragen van bezoekers, bruiklenen door musea en samenwerkingsprojecten. 

Uitwisseling van boeken 

Onlangs leverde een samenwerkingsproject van de Athenaeumbibliotheek met de Rijksuniversiteit Groningen de wandelapp ‘Hidden Deventer’ op. In dit project wordt de integratie van kennis en (vooral religieuze) boeken in het publieke leven in Deventer in de late middeleeuwen bestudeerd. De bewaarde handschriften uit deze periode laten zien dat de mensen achter deze boeken – leken en religieuzen – met elkaar leefden en werkten in de stad en kennis en boeken uitwisselden. Uitgangspunt voor de wandelapp is een gebedenboek dat vermoedelijk geschreven is in een van de kloosters of huizen van Zusters van het Gemene Leven in Deventer. Volgens een aantekening achterin behoorde het boek toe aan Katharina, de vrouw van meester Kerstkens (een steenmetselaar), die bij de Vispoort in Deventer woonde. We kennen Katharina uit twee testamenten die in het Stadsarchief van Deventer worden bewaard.

Blog 1 101 E 9 KL

Deventer, Athenaeumbibliotheek, 101 E 9 KL, Gebedenboek (Deventer, laatste kwart 15e eeuw)

Katherina schonk het boek aan haar nicht Agniete (Agnes), zuster van het Gemene Leven in het Lamme van Diesehuis, die het op haar beurt uitleende aan haar zus Derck, zuster in het Brandeshuis. Beiden worden in Katharina's testament uit 1539 genoemd. Voorin het handschrift staat namelijk: ‘Item dit boeck hoert toe suster annus int lammen huus. Dit lenet sie her lieue suster derck’ (Dit boek is van Agnes, zuster van het Lamme van Diesehuis. Dit leent zij uit aan haar geliefde zuster Derck). De aantekening is doorgestreept, ofwel omdat het boek terugkeerde bij Agnes, ofwel omdat het boek overging naar een volgende bezitter. Het boek wisselde dus zeker tweemaal van eigenares, over de muren van de zusterhuizen heen. Familiebanden waren essentieel bij de uitwisseling van boeken, misschien meer dan religieuze verbanden.

Blog 1 101 E 9 KL 2

Deventer, Athenaeumbibliotheek, 101 E 9 KL, Gebedenboek (Deventer, laatste kwart 15e eeuw)

Lezende leken

Een ander handschrift uit de Athenaeumbibliotheek werd blijkens een aantekening voorin aan (een van de zusters van) het klooster Diepenveen geschonken: ‘Dit boeck heft gegeven jonfer van Steenbergen, seligen Johans van S[…] weduwe’ (Dit boek is geschonken door jonkvrouw Van Steenbergen, weduwe van Johan S[…] zaliger). Later werd daaraan toegevoegd: ‘den susteren toe Dyepenveen ende behoert in die liberie int gemeen’ (aan de zusters van Diepenveen, en het behoort toe aan de gemeenschappelijke bibliotheek). Achterin het handschrift staat de naam Adriana Deelen. Zij was aan het eind van de zestiende eeuw zuster en procuratrix van het klooster Diepenveen. Jonkfrouw van Steenbergen heeft het boek vermoedelijk niet voor het klooster laten produceren, maar in de eerste plaats voor zichzelf, voor haar eigen ontwikkeling. Het handschrift bevat namelijk de Spieghel der volcomenheit van Hendrik Herp, een tekst die bedoeld was als geestelijke lectuur voor leken.

Het handschrift is samengebonden met een andere tekst, namelijk de onderwijzingen die Meister Eckhart gaf aan lekenbroeders in kloosters en leken. Op het eerste blad staat een nagenoeg onleesbare aantekening geschreven, maar met behulp van UV-licht kunnen we nog net ontcijferen dat dit boek toebehoort aan Steven de Boeff(?). Dit deel van het handschrift was dus van ene Steven voordat het in Diepenveen terecht kwam.

Blog 1 10 W 7 KL

Deventer, Athenaeumbibliotheek, 10 W 7 KL, Verzamelhandschrift (1465-1485)

Humanisten, broeders en de eerste drukker 

Bovengenoemde boeken laten goed zien hoe ver de interactie tussen religieuzen en leken en de verspreiding van religieuze boeken reikte. Die interactie is ook sterk aanwezig in de samenwerking tussen drukkers, geleerden en broeders van het gemene leven. In 1476 streek Richard Pafraet uit Keulen neer in Deventer om daar als eerste boeken te gaan drukken. Toen de rector van de Latijnse school Alexander Hegius de Groningse humanist Rudolf Agricola als bezoeker ontving, haastte Richard Pafraet zich om het gedicht Anna mater, dat Agricola bij zich droeg, te zetten en te drukken.

Blog 1 KW 170 G 8

Den Haag, KB, KW 170 G 8, Rudolf Agricola, Anna mater (Deventer, Richard Pafraet, 1484) 

Pafraet vroeg vermoedelijk ook een van de broeders van het Heer-Florenshuis, zijn achterburen, een grote verzameling van exempelen, korte stichtelijke verhalen, bijeen te brengen. Deze broeder verzamelde vele verhalen uit Europa in negen ‘afdelingen’ in een werk dat de titel Speculum exemplorum kreeg. Daarnaast schreef hij voor de tiende afdeling nieuwe exempelen over de broeders van het gemene leven in Deventer en Zwolle, onder wie Thomas a Kempis, maar ook over een schooljongen uit Deventer.

Blog 1 110 B 9 KL

Deventer, Athenaeumbibliotheek, 110 B 9 KL, Speculum exemplorum (Deventer, Richard Pafraet, 1481)

Deventer als dé boekenstad van de Nederlanden in de vijftiende eeuw werd dus gedragen door de levendige samenwerking en uitwisseling tussen schrijvers, opdrachtgevers, drukkers, kopers, lezers en andere gebruikers van boeken. In de collectie van de Athenaeumbibliotheek, een van de rijkste collecties van Nederland, valt nog veel hierover te ontdekken.

Meer lezen?